Ontwikkelingen in wetgeving en het warmteprogramma
Tijdens de sessie is een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen in de wetgeving, waaronder de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), de Wet collectieve warmte (Wcw) en de Energiewet, met aandacht voor de beoogde inwerkingtreding en de onderlinge samenhang. Daarnaast stond het warmteprogramma centraal: het verplichte gemeentelijke programma onder de Omgevingswet waarin de wijkgerichte aanpak van de warmtetransitie wordt vastgelegd, inclusief inhoudelijke eisen en het besluitvormingsproces.
Q&A Praktische en juridische vragen uit de sessie
Naar aanleiding van de kennissessie is ook een Q&A opgesteld. Lees hier de antwoorden op vragen naar aanleiding van de Juridische kennissesie.
Moet je bij het eerste warmteprogramma ook een terugblik opnemen, of geldt dat pas bij het tweede programma?
Nee, bij het eerste warmteprogramma hoeft nog geen (kwalitatieve) terugblik te worden opgenomen. Dat geldt pas bij het tweede warmteprogramma. Wel kun je als aanbeveling met betrekking tot het eerste warmteprogramma alvast iets opnemen over de transitievisie warmte, maar het is niet verplicht.
Is de terugblikplicht vormvrij, of moeten er specifieke zaken in staan?
In het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) staan een aantal inhoudelijke eisen die minimaal moeten worden opgenomen, zoals de voortgang wat betreft het aantal gebouwen dat de overstap naar een alternatieve duurzame warmtevoorziening heeft gemaakt, het aantal gebouwen dat niet gehaald is en de voortgang in isolatie van gebouwen (in samenhang met de warmtebehoefte). Het gaat dus niet alleen om een kwalitatieve, maar ook om een kwantitatieve terugblik.
Voor wie geldt de uitvoeringsplicht: het college of de raad?
In principe is het voor het aanwijzen van warmtetransitiegebieden aan de raad om de wijziging van het omgevingsplan vast te stellen, dit ter uitvoering op wijk- of buurtniveau van het door het college vastgestelde warmteprogramma. Het college doet in de praktijk een voorstel aan de raad, maar de uiteindelijke bevoegdheid ligt bij de raad.
Op welk niveau moet je inzicht geven in de laagste nationale kosten?
Het gaat om het gebiedsniveau waar je mee aan de slag wilt. Je hoeft niet tot op detailniveau (bijvoorbeeld per huishouden) te rekenen, maar het moet wel onderbouwd zijn voor het betreffende gebied. Je kunt aansluiten bij bestaande informatiebronnen zoals de startanalyse van het PBL.
Geldt de 70%-betaalbaarheidseis ook als je geen warmtetransitiegebied aanwijst?
De 70%-eis is één van de juridische waarborgen voor de inzet van de aanwijsbevoegdheid via een wijziging van het omgevingsplan. Je moet toetsen of aan deze eis wordt voldaan alleen als je de aanwijsbevoegdheid inzet. Dit betreft een harde voorwaarde.
Is de startanalyse verplicht, of mag je ook andere modellen gebruiken?
De startanalyse is niet juridisch verplicht, maar wordt wel als uitgangspunt genoemd. Je mag ook andere modellen gebruiken om de nationale kosten te berekenen, zolang je de keuze voor een alternatieve duurzame warmtevoorziening kunt onderbouwen.
Wat wordt bedoeld met kwetsbare afnemers bij het betaalbaarheidscriterium?
Kwetsbare afnemers zijn niet heel strak gedefinieerd, maar het gaat om mensen die bijvoorbeeld in energiearmoede verkeren. In het wetgevingstraject van de Wgiw zijn amendementen aangenomen die met betrekking tot de inhoud van het warmteprogramma en de inzet van de aanwijsbevoegdheid expliciet aandacht eisen voor deze groep.
Kun je de aanwijsbevoegdheid inzetten op basis van de transitievisie warmte?
Ja, onder bepaalde voorwaarden kan de aanwijsbevoegdheid worden ingezet op basis van de transitievisie warmte, mits deze onder andere is vastgesteld na 28 juni 2019 en aan participatie-eisen is voldaan. Deze voorwaarden gelden als overgangsrecht en staan opgenomen in het Bgiw.
Wat als je het uitvoeringsplan niet als programma vaststelt?
Het uitvoeringsplan is niet verplicht. Je kunt het als een op uitvoering gericht beleidsdocument gebruiken, maar als je de aanwijsbevoegdheid wilt inzetten, is het aan te bevelen het plan ook als onderbouwing te laten dienen voor de wijziging van het omgevingsplan. Het uitvoeringsplan bevat dan een zorgvuldige uitwerking van de juridische waarborgen waaraan de inzet van de aanwijsbevoegdheid moet voldoen.
Hoe zit het met keuzevrijheid voor bewoners bij individuele / all-electric alternatieven?
Er moet altijd keuzevrijheid zijn voor gebouweigenaren om niet mee te gaan met het gekozen warmtealternatief, zowel bij een individueel/all-electric als bij een collectief alternatief. Bij all-electric oplossingen is er bijvoorbeeld keuzevrijheid in het soort warmtepomp (lucht/water of bodem/water) of een andere individuele techniek. Het alternatief moet wel voldoen aan de eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl).
Hoe ga je om met betaalbaarheid voor huurders en verhuurders?
De betaalbaarheid moet duidelijk zijn, vooral in het uitvoeringsplan. Voor verhuurders geldt dat zij in overleg moeten met huurders, bijvoorbeeld via een renovatievoorstel. Het huurrecht bevat specifieke regels onder welke omstandigheden een huurder werkzaamheden aan de woning of het gebouw in verband met de lokale warmtetransitie moet dulden.
Hoe neem je milieubelastende activiteiten (zoals bakkers) mee in het warmteprogramma?
Het gaat hierbij om bedrijven waar procesgebonden aardgasgebruik aan de orde is en die moeten worden meegenomen in het warmteprogramma. Om milieubelastende activiteiten in kaart te brengen moet een gemeente beschikbare data raadplegen. In verband met de inzet van de aanwijsbevoegdheid kunnen in de wijziging van het omgevingsplan zogeheten maatwerkregels worden opgenomen.
Voor wie geldt de betaalbaarheidseis: alleen bewoners of ook bedrijven?
De betaalbaarheidseis is vooral gericht op bewoners/huishoudens (als eindgebruiker), niet specifiek op bedrijven met milieubelastende activiteiten.
Hoe wordt de financiële haalbaarheid getoetst?
Dit gebeurt op basis van toetsregels die zijn opgenomen in het Bgiw als juridische waarborg voor de inzet van de aanwijsbevoegdheid. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de maandlasten van de eindgebruiker en financieringsinstrumenten, zoals een hypothecaire lening. Het gaat om een gemiddelde per warmtegebied, niet per individu. De precieze rekenregels worden momenteel nog uitgewerkt in een ministeriële regeling onder de Wgiw.
Werkgroep Kennispunt Warmte
Naast de themapagina over warmte, is er ook een werkgroep over Kennispunt Warmte. Dit is een initiatief van de provincie Noord-Brabant en ondersteunt Brabantse gemeenten bij de uitvoering van hun regierol in de warmtetransitie. Het Kennispunt beschikt over brede expertise, onder andere op het gebied van techniek, governance en juridische zaken. De ondersteuning is maatwerk en kan bestaan uit het geven van advies, het (mee)schrijven aan documenten en het beantwoorden van (kortere) inhoudelijke vragen over de warmtetransitie. Voor de inhoudelijke expertise heeft de provincie een raamovereenkomst gesloten met adviesbureau CE Delft en kunnen we gebruik maken van de expertise van Enpuls.
Ga naar de werkgroep Kennispunt Warmte en vraag toegang tot de werkgroep aan.
Kennisdeling
Bij deze terugblik zijn twee documenten beschikbaar: de PowerPointpresentatie van de kennissessie en een PDF met de Q&A die hierboven is beschreven. Via de werkgroep Kennispunt Warmte kun je ook de opgenomen kennissessie in zijn geheel terugkijken.