‘Iedereen moet kunnen meedoen aan energiesysteem van toekomst’

05-11-2025
653 keer bekeken 0 reacties

De komende jaren verandert het Brabantse energiesysteem ingrijpender dan ooit. Niet meer één grote kolencentrale, maar lokale opwek van zon, wind, aquathermie of biogas. Maar achter al die techniek schuilt een zo mogelijk nog grotere opgave: iedereen moet kunnen meedoen. Gedeputeerde Bas Maes (Klimaat en Energie) en hoogleraar Richard van de Sanden (TU/e, EIRES) schetsen hoe in de provincie wordt toegewerkt naar een duurzaam, betaalbaar en eerlijk energiesysteem.

Energiebesparing

Verduurzamen woningen
Verduurzamen industrie/bedrijven

Energieopwek

Windenergie
Zonne-energie
Aquathermie

Of zoekt u

Participatie

“Het belangrijkste is dat we in Brabant onze manier van leven, werken en recreëren kunnen voortzetten, met een energiesysteem dat daarop aansluit”, aldus Maes. “Dat betekent een omslag in denken, ook bij beleidsmakers. De tijd ligt achter ons dat je ergens een woonwijk of bedrijventerrein kunt plannen, aan het einde van de rit de stekker in het stopcontact steekt en er stroom is.” 

Van één centrale naar lokale energieopwek 

Het energiesysteem van de toekomst ziet er heel anders uit dan het huidige. “We gaan van een centraal naar een steeds meer decentraal systeem”, zegt de gedeputeerde. “Niet meer één grote kolencentrale, maar lokale opwek van zon, wind, geothermie, aquathermie of biogas.” De provincie zoekt naar methoden die passen bij het ideaalbeeld voor 2050. Maar volgens Maes zijn ook bronnen die als tussenoplossing dienen, nuttig. 

TU/e-hoogleraar Van de Sanden voegt daaraan toe dat het ook een veel complexer systeem wordt, met technieken die we nu nog niet kennen. Drie energiedragers zullen daarin centraal staan: warmte, stroom en moleculen (aardgas, waterstof, groen gas of biogas). “Die moeten allemaal goed geïntegreerd worden. Want op dit moment hebben we met kolencentrales een systeem met veel energieverlies. Dat moet naar de toekomst toe een stuk rendabeler worden.” 

Brabant werkt aan Energieperspectief 2050 

Om richting te geven aan die toekomst werkt de provincie aan het Energieperspectief 2050. Dat document wordt medio 2026 vastgesteld, maar de voorbereiding is in volle gang. Maes: “Daarvoor zijn we informatie aan het ophalen. We spreken erover met de gemeenten, met de regio's maar ook met het bedrijfsleven en inwoners. Ruim 3000 Brabanders vulden hiervoor een enquête in.” 

Zij kregen echte dilemma’s voorgelegd, bijvoorbeeld over betaalbaarheid versus leveringszekerheid of over de ruimtelijke inpassing van windmolens. 

Samenwerken binnen en buiten de campus

Die betrokkenheid van mensen en zeker ook van bedrijven, juichen ze bij EIRES (Eindhoven Institute for Renewable Energy Systems) van harte toe. “Wij zijn een virtueel instituut van de TU Eindhoven dat onderzoekers uit verschillende vakgebieden samenbrengt”, vertelt Van de Sanden, tevens wetenschappelijk directeur van EIRES.  

“Zo wordt het energievraagstuk bij de TU/e door verschillende faculteiten gezamenlijk aangepakt. Maar voor de maatschappelijke component werken we ook samen met onder meer bedrijven. Op die wijze zorgen we dat onze kennis aansluit bij de behoeften en vragen uit de samenleving.” 

Een mooi voorbeeld daarvan is het GENIUS-project, waarbij de TU/e samen met partners kijkt hoe energie slimmer kan worden gedeeld. “Het PSV Stadion en de busremise in Eindhoven verbruiken veel energie, maar op heel verschillende momenten”, zegt Van de Sanden. “Door hun verbruik beter op elkaar af te stemmen, kunnen we pieken op het stroomnet verminderen. Met het oog daarop is op onze campus een batterij van 3,5 megawatt geplaatst.” 

Strijd aangaan met netcongestie

De opvolger, het BACH-project, moet nog een stap verder gaan. “Daarbij willen we synthetisch gas maken met behulp van CO₂, water en elektriciteit. Dat kun je opslaan om bijvoorbeeld in de winter gebouwen te verwarmen.” 
 
Ook dit is volgens gedeputeerde Maes een interessante techniek om de strijd aan te gaan met netcongestie – een soort file op het stroomnet door te veel vraag of aanbod tegelijk. “Op het moment dat je een overvloed hebt aan energie, sla je die op in een synthetisch gas of in ijzerpoeder. Zo kun je het over de seizoenen heen meenemen.” 

Slim combineren om het net te ontlasten 

De provincie pakt netcongestie zelf ook aan. Brabant stimuleert de ontwikkeling van energiehubs op bedrijventerreinen, waar ondernemers gezamenlijk energie slimmer gebruiken. “Zij onderzoeken hoe ze hun verbruik kunnen spreiden, batterijen kunnen delen en onderling energie kunnen uitwisselen.”  

En Maes meldt dat de provincie meer doet dan enkel het stimuleren van energiehubs. Om netcongestie te verminderen zet de provincie ook in op netbewuste nieuwbouw en het versnellen van de aanleg van nieuwe infrastructuur. 

Daarnaast verkent de provincie samen met netbeheerder Enexis en Energie Beheer Nederland (EBN) de oprichting van een regionaal warmtebedrijf voor Brabant. Dat moet helpen om de vraag naar elektriciteit te beperken. “Met collectieve warmtesystemen kun je duurzaam verwarmen zonder dat iedereen een eigen warmtepomp of airco nodig heeft”, legt Maes uit. “Zo verlagen we de druk op het stroomnet én zorgen we voor betaalbare warmte.” 

Energietransitie is ook een sociale transitie 

Beiden wijzen daarnaast op sociaal-economische uitdagingen die het energiesysteem van de toekomst met zich meebrengt – een systeem dat misschien wel deels in Brabant zelf zal worden ontwikkeld en onderhouden. Uit onderzoek blijkt dat zonder ingrijpen in 2035 40% van de Nederlandse huishoudens niet actief deelnemen aan de energietransitie. 

Daarom is het volgens Maes en Van de Sanden belangrijk om kosten en baten eerlijk te verdelen: energierechtvaardigheid. Warmtenetten zijn infrastructuur, net als drinkwaterleidingen en wegen: daarvoor betaalt iedereen ook een vergelijkbare prijs per eenheid.  

Brabantse innovatiekracht 

Van de Sanden is ervan overtuigd dat Brabant alles in huis heeft om het toekomstige energiesysteem te bouwen. “De provincie is een geweldige partner. Met programma’s die innovatie koppelen aan maakindustrie en verdienvermogen. Die aanpak zorgt ervoor dat baanbrekende projecten juist hier zijn ontstaan. De systemen die we nodig hebben – elektrolysers, conversie-installaties, batterijen – moeten allemaal worden gemaakt. Dat schept banen en houdt de kennis in Brabant.” 

Maes beaamt dat en benadrukt dat politieke keuzes gebaseerd moeten zijn op kennis: “Daarom laten we onze Statenleden zien wat er bijvoorbeeld op een TU/e gebeurt. Zo zorgen we dat beleid gestoeld is op feiten en dat wetenschap niet wordt weggezet als ‘een mening’.” 


Van de Sanden vult aan dat ‘elke energietransitie in de geschiedenis vooruitgang bracht’: “Nu hebben we de kans om dat zorgvuldig te doen – schoon, eerlijk en voor iedereen.” 

Afbeeldingen

Cookie-instellingen