1.2 A.004 Gemeente Venraij; 'Kader voor Opwekking Duurzame Energie'

1. Bron

https://www.venray.nl/selectieprocedure-zonnepark-van-start en

https://www.burgersvanvenray.nl/images/Groepen/Burgersvanvenray/KODE_Venray-def.pdf

2. Relevante bepaling:

ALGEMEEN

Bevorderen coöperatief ondernemerschap

Het streven naar 50% lokale geborgenheid en verbondenheid met de opwekprojecten dat in het Klimaatakkoord staat en we lokaal ook als uitgangspunt stellen, vraagt het een en ander. Om hier invulling aan te geven moet er wel geschikte partijen, zoals een energiecoöperatie aanwezig zijn die voldoende professionaliteit in huis heeft en het benodigde investeringsgeld tijdig beschikbaar heeft. Het moment van instappen is van belang voor het risico dat wordt gelopen. In de ontwikkelfase is dit het hoogst, maar zijn ook winstsprongen te maken. Voor een coöperatie liggen er op dit vlak uitdagingen: hoe kom ik aan middelen voor de voorloopkosten. Oplossingen liggen in lenen bij kapitaalkrachtige collega-coöperaties, provinciale of nationale fondsen, aankloppen bij de gemeente voor een regeling, ophalen bij leden, etc. Naar verwachting vergt de verdere professionalisering van een coöperatie de komende tijd nog enige ondersteuning. Denk aan bepaalde faciliteiten, leningen t.b.v. risicovolle ontwikkeling, etc. Zoals hiervoor beschreven onderzoekt de gemeente in samenwerking met de gemeente Horst aan de Maas en Venray naar haar mogelijkheden, beperkingen en bijbehorende risico’s op dit vlak. Coöperaties waar we als gemeente mee samenwerken, conformeren zich aan de coöperatieve principes van het RESCOOP-charter.”

ZONNEPARKEN

3.2 Kansen voor onze inwoners, bedrijven en organisaties

In deze paragraaf staan we stil bij hetgeen we willen bewerkstelligen voor alle betrokkenen in onze eigen gemeente. Eén van de doelen is immers de lasten en lusten te delen op lokaal niveau. Hieronder een beknopte en niet limitatieve weergave van mogelijke voordelen per betrokkene. Inwoners

✓ Mogelijkheid om financieel te participeren in de opwekprojecten, opbrengsten vloeien daarmee terug naar de lokale samenleving;

✓ Zoveel mogelijk zorgdragen voor inclusiviteit, zodat iedereen mee kan doen (denk aan kleine financiële participaties, of zelfs uitgifte van certificaten door gemeente in geval van mede-eigenaar opwekentiteit);

✓ Bijdrage aan bewustwording rond het ‘nieuwe normaal’ van decentrale duurzame energieopwekking;

✓ Hopen op gedeelde trots van onze inwoners op het vermogen om zoveel als mogelijk zelfvoorzienend te zijn in de stroomopwekking.”

“Uitgangspunt 1: Volgen van een zorgvuldige omgevingsdialoog op meerdere fronten Omgevingsdialoog met direct om/aanwonenden

Het inrichten van grootschalige zonneparken heeft ruimtelijke en maatschappelijke effecten. Er ligt een uitdaging om het ruimtegebruik zo efficiënt mogelijk in te richten. Het is essentieel om de omgeving (direct omwonenden en aangrenzende grondeigenaren) zo vroeg mogelijk in de planvorming te betrekken. Projecten waarbij inwoners, eigenaren of lokale ondernemers participeren hebben een grotere kans van slagen. Bij initiatieven voor het grootschaliger opwekken van zonne-energie geldt daarom als voorwaarde dat de initiatiefnemer maximale betrokkenheid van de inwoners en andere betrokkenen in de omgeving creëert. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de werkzaamheden die de initiatiefnemer verplicht is om te nemen, de “inspannings-verplichting” en de extra’s ten behoeve van participatie, compensatie en acceptatie. De betrokkenheid is in de voorbereidende fase van essentieel belang, maar moet ook in de realisatie en exploitatiefase geborgd zijn. Hierbij wordt benadrukt dat het algemeen belang, het halen van de gemeentelijke klimaatdoelstelling en het realiseren van een duurzame energievoorziening zwaarwegend is. Maar de ideale situatie, waarbij iedereen voorstander is van een plan, zal een utopie zijn.

Inspanningsverplichting

De initiatiefnemer verplicht zich tot het doen van aanzienlijke inspanningen om het maximale resultaat te bereiken in het betrekken van de directe omgeving in de fase van planvorming. In overleg met de gemeente wordt de directe omgeving bepaald. Soms gaat het om ca. 400 meter rondom het plan, soms is een kleinere afstand afdoende, soms juist wat groter. Het gaat hierbij niet alleen om de inspanning zelf maar ook om het aantonen hiervan. Dat laatste speelt een cruciale rol en maakt onderdeel uit van de onderbouwing bij de vergunningaanvraag. De gemeente heeft hierbij in eerste instantie een faciliterende rol en toetst de inspanning van de aanvrager. De gemeente handelt hiermee al in de geest van de toekomstige Omgevingswet, waarin participatie ook een belangrijke sleutel is in het beleid. Het is aan de initiatiefnemer om de omgeving te betrekken bij het ontwerp van het zonnepark en de landschappelijke inpassing. Als gemeente nemen we daarin graag onze rol zoals ook in de Omgevingswet voorzien. Denk dan naast een faciliterende ook een meer regisserende rol. Niet om de taken van de initiatiefnemer over te nemen, maar nadrukkelijk betrokken te zijn en vinger aan de pols te houden. Zo toetsen we of de dialoog tussen initiatiefnemer en zijn omgeving goed verloopt. Om dat te borgen worden voorwaarden gesteld waaraan de initiatiefnemer minimaal moet voldoen. Gemeente Venray werkt momenteel aan een Leidraad Omgevingsdialoog in brede zin. Naar verwachting komt deze in december 2019 in de gemeenteraad. Tot vaststelling ervan hanteren we de Leidraad Omgevingsdialoog, zoals opgenomen in bijlage 2. Zo worden de verslagen van de bijeenkomsten en overleggen, inclusief reacties uit de omgeving, als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Dit dossier maakt dus deel uit van de vergunningaanvraag. De initiatiefnemer neemt in de toelichting op hoe de opmerkingen in de ruimtelijke onderbouwing zijn verwerkt.

Deze bijeenkomsten en inspraak van omwonenden gaan vooraf aan de vergunningsprocedure en komen niet in plaats van eventuele zienswijzen of formele inspraakprocedures. Het is belangrijk dat een initiatiefnemer in de onderbouwing van het plan ingaat op de argumenten van omwonenden om bepaalde maatregelen/investeringen wel of niet te doen. Op basis van de argumenten kan een initiatiefnemer gericht aanpassingen doen. Hier heeft de gemeente in het voortraject ook al een toetsende rol. Omgevingsdialoog met dorps- of wijkraad Dorps-, wijk- of buurtraden worden regelmatig aangeschoten door initiatiefnemers, maar ook door aan/omwonenden. Soms gebeurt dat in een pril stadium waarbij een initiatiefnemer een idee wil voorleggen en de betreffende raad vraagt hoe deze ertegen aankijkt. Of hoe er in gezamenlijkheid informatie verschaft kan worden naar de inwoners. We vragen als gemeente aan de initiatiefnemer om de meest logische en dicht bij het plangebied gelegen raad in een vroeg stadium te informeren. Het is aan de raad zelf om te bepalen op welke wijze ze betrokken wil zijn bij de planvorming en eventuele latere fases en hoe zij in elke fase haar rol pakt. Uit verschillende bilaterale overleggen met dorpsraden merken we dat in geval er in de nabijheid sprake is van ruimtelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door een zonne- of windpark, men: - in eerste instantie de inwoners vanuit een neutrale houding wil informeren; - eventueel wil polsen hoe inwoners over een initiatief denken; - eventueel als vervolg gevraagd of ongevraagd advies verlenen naar initiatiefnemer, gemeente en/of inwoners. Flankerend ▪ In voorbereiding van de implementatie van de Omgevingswet is er steeds meer aandacht voor de dialoog met de omgeving bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gemeente stelt in dit hoofdstuk hoe ze om wil gaan hiermee in relatie tot opwekprojecten. De Omgevingswet laat nog even op zich wachten. Op dat moment zal de aanpak omgevingsdialoog KODE worden opgenomen in een nieuw breder kader, dat aangeeft wat we als gemeente van de omgevingsdialoog verwachten. ▪ De gemeenteraad gaat naar verwachting in december beslissen over de invoering van een omgevingsdialoog, vooruitlopend op de Omgevingswet. Op weg naar de Omgevingswet zal deze dialoog geëvalueerd worden.”

Uitgangspunt 9: Streven naar substantieel aandeel lokaal eigenaarschap

Wij gaan uit van de volgende streefcijfers rond participatie (zie tabel hieronder). Dit kan dus lopen via een coöperatie, zoals Bee Power, maar kan ook lopen via een constructie die de initiatiefnemer organiseert. Naast of in plaats van een coöperatieve participatie is het ook mogelijk dat de gemeente direct of indirect deelneemt in een zonnepark. Reden hiervoor kan zijn dat de coöperatieve participatie niet van de grond komt, maar ook omdat de gemeente bijvoorbeeld gronden inbrengt of weloverwegen strategisch een positie wil innemen.

 Uitgangspunt is dat de initiatiefnemer minimaal 10% (en bij voorkeur meer, we streven naar 50% of meer, conform Klimaatakkoord) van het park, in opgesteld vermogen of oppervlak, ter beschikking stelt voor een bepaalde vorm van participatie door inwoners, bedrijven en organisaties uit de gemeente. Een mix van coöperatieve en gemeentelijke participatie kan ook aan de orde zijn. De opbrengsten uit de energietransitie moeten zo veel mogelijk terugvloeien naar de gemeenschap en in worden gezet voor klimaatdoelen.

Flankerend:

▪ Om invulling te kunnen geven aan coöperatief mede-eigenaarschap is het belang te kunnen leunen op een of meerdere energie coöperatie(s) die hierop is/zijn toegerust. Voor de verdere professionalisering van deze organisaties overweegt de gemeente middelen beschikbaar te stellen.

▪ Lukt de coöperatieve borging niet of onvoldoende of niet snel genoeg (er is eigenlijk sprake van ‘participatiefalen’), wil de gemeente kijken of ze ofwel zelf positie kan nemen, dan wel kan borgen dat het coöperatieve aandeel beschikbaar blijft voor de lokale partners. Momenteel loopt in samenwerking tussen de gemeenten Venray, Beesel en Horst aan de Maas een onderzoek naar de positionering van de gemeenten in energietransitie. Kansen en risico’s die samenhangen met het innemen van bepaalde rollen worden verder uitgespit. Resultaten volgen op later tijdstip.

▪ Ter promotie van coöperatief eigendom is het denkbaar om bijvoorbeeld bij 50% of meer lokaal/coöperatief eigendom de legeskosten terug te storten als dit bereikt is.”  

WINDENERGIE

Uitgangspunt 1: Volgen van een zorgvuldige omgevingsdialoog op meerdere fronten Omgevingsdialoog met direct om/aanwonenden

Het inrichten van windpark heeft ruimtelijke en maatschappelijke effecten. Er ligt een uitdaging om het woon- en leefklimaat van onze inwoners zo min mogelijk op te offeren. Het is essentieel de omgeving (direct omwonenden en aangrenzende grondeigenaren) zo vroeg mogelijk in de planvorming te betrekken. Projecten waarbij inwoners, eigenaren of lokale ondernemers participeren hebben een grotere kans van slagen. Evenals bij zonne-initiatieven geldt voor windparken als voorwaarde dat de initiatiefnemer maximale betrokkenheid van de inwoners en andere betrokkenen in de omgeving creëert. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de werkzaamheden die de initiatiefnemer verplicht is om te nemen, de “inspanningsverplichting” en de extra’s ten behoeve van participatie, compensatie en acceptatie. De betrokkenheid is in de voorbereidende fase van essentieel belang, maar moet ook in de realisatie en exploitatiefase geborgd zijn. Hierbij wordt benadrukt dat het algemeen belang, het halen van de gemeentelijke klimaatdoelstelling en het realiseren van een duurzame energievoorziening zwaarwegend is. Met andere woorden: de ideale situatie waarbij iedereen voorstander is van een plan zal een utopie zijn. Uitgangspunt is een zoekgebied dat aan de hand van fysieke en ruimtelijke belemmeringen wordt ingekaderd. De feitelijke situering van de mogelijke turbines staat nog niet vast en krijgt vorm in de omgevingsdialoog. Die omgevingsdialoog kent de resultaatverplichting zoals benoemd en volgt de gedragscode acceptatie en participatie windenergie op land van de NWEA . Voor de nadere inrichting omgevingsdialoog verwijzen we naar bijlage 2.”

5.4 Eigenaarschap: eerlijk verdelen van lasten en lusten

Intentie is dat initiatiefnemer, bewoners, grondeigenaren en omwonenden in het zoekgebied elkaar vinden een eerlijke en transparante verdeling van lusten en lasten van het windpark. Hierdoor kan het windpark leiden tot substantiële baten voor de lokale gemeenschap. Denk aan de volgende geldstromen:

• Uitgangspunt 8: Deelname via participaties (obligaties bijvoorbeeld);

• Uitgangspunt 9: Omgevingsfonds, voor projecten binnen of nabij het zoekgebied;

• Uitgangspunt 10: Sociale grondvergoedingen.”

 “Uitgangspunt 8: Streven naar substantieel aandeel lokaal eigenaarschap

Wij gaan uit van de volgende streefcijfers rond participatie (zie tabel hieronder). Dit kan dus lopen via een coöperatie, zoals Bee Power, maar kan ook lopen via een constructie die de initiatiefnemer organiseert. Naast of in plaats van een coöperatieve participatie is het ook mogelijk dat de gemeente direct of indirect deelneemt in een windpark. Reden hiervoor kan zijn dat de coöperatieve participatie niet van de grond komt, maar ook omdat de gemeente bijvoorbeeld gronden inbrengt of weloverwegen strategisch een positie wil innemen.

Uitgangspunt is dat de initiatiefnemer minimaal 50% van het park (in opgesteld vermogen) ter beschikking stelt voor een bepaalde vorm van participatie door inwoners, bedrijven en organisaties uit de gemeente. Een mix van coöperatieve en gemeentelijke participatie kan ook aan de orde zijn. De opbrengsten uit de energietransitie moeten zo veel mogelijk terugvloeien naar de gemeenschap en in worden gezet voor klimaatdoelen.

Flankerend:

▪ Lukt de coöperatieve borging niet of onvoldoende of niet snel genoeg (er is eigenlijk sprake van ‘participatiefalen’), wil de gemeente kijken of ze ofwel zelf positie kan nemen, dan wel kan borgen dat het coöperatieve aandeel beschikbaar blijft voor de lokale partners. Momenteel loopt in samenwerking tussen de gemeenten Beesel, Horst aan de Maas en Venray en onderzoek naar de positionering van de gemeenten in energietransitie. Kansen en risico’s die samenhangen met het innemen van bepaalde rollen worden verder uitgespit. Resultaten volgen op later tijdstip.

▪ Ter promotie van coöperatief eigendom is het denkbaar om bijvoorbeeld bij 50% of meer lokaal/coöperatief eigendom een deel van de legeskosten terug te storten als dit bereikt is.”

3. Algemeen

Op basis van het 'Kader voor Opwekking Duurzame Energie' (KODE) organiseert de gemeente Venraij een selectie van ontwikkelaars die zonneparken mogen ontwikkelen:

“In het Klimaatakkoord van het kabinet is onder andere afgesproken dat in 2030 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. Dit gebeurt met windturbines en zonnepanelen. Om tegemoet te komen aan deze afspraken, heeft de gemeente Venray het Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE) vastgesteld. Hierin in het bijzonder aandacht voor zonne- en windenergie. Om kennis en ervaring op te doen met deze vormen van energieopwekking, start de gemeente binnenkort een selectieprocedure (ook wel tender genoemd) voor de aanleg van één, maximaal twee zonneparken.

Voor zonne-energie staat in KODE precies beschreven wat de mogelijkheden in de gemeente Venray zijn. Waar kunnen we wat voor soort zonnepanelen kwijt? Bijvoorbeeld op daken van bedrijven of op stroken langs de snelweg. Maar ook de mogelijkheid van zonneweides op verschillende locaties wordt benoemd. In KODE is afgesproken om tussen 2019 en 2021 in ieder geval één zonneweide te gaan vergunnen aan een geïnteresseerde partij met een passend voorstel.”

 

 


Over Energiewerkplaats Brabant

De Energiewerkplaats is een platform voor professionals betrokken bij de energietransitie in Noord-Brabant. Niet alleen op provinciaal niveau, maar ook op regionaal en lokaal niveau. Een platform om samen te werken, elkaar te vinden en van elkaar te leren.

 

 

 
Cookie-instellingen