3.6 A.012 Concept RES Midden en Noord-Limburg

1. Bron

Zie https://www.regionale-energiestrategie.nl/documenten/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=1678529

2. Relevante bepaling:

Lokaal eigendom Voordelen voor inwoners vergroten

We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten. We vinden dat onze inwoners de kans moeten krijgen om minimaal voor de helft eigenaar te worden van een grootschalig energieproject in hun omgeving. Hierdoor gaat de winst naar de inwoners in plaats van naar een grote commerciële ontwikkelaar. Zo krijgen inwoners zeggenschap over het project én over de besteding van de opbrengsten. Dit kan bijvoorbeeld via een energiecoöperatie. Dit vraagt om ondernemerschap en mee-investeren betekent ook risico dragen. In de RES 1.0 onderzoeken we hoe we dit het beste kunnen organiseren en welke andere voordelen voor inwoners mogelijk zijn.”

 

“Energiebedrijf en duurzaamheidsfonds

In de RES 1.0 onderzoeken we ook de behoefte en mogelijkheden voor een energiebedrijf en een revolverend duurzaamheidsfonds waar meerdere overheden gebruik van kunnen maken. Met een energiebedrijf kunnen overheden zelf investeren in energieprojecten. Dit biedt kansen voor iedereen. De opbrengst kan bijvoorbeeld gebruik worden om inwoners met een laag inkomen te stimuleren hun huis te isoleren. Met een revolverend duurzaamheidsfonds kan de overheid energieprojecten stimuleren die anders moeilijk van de grond komen. De overheid verstrekt dan leningen waarbij de aflossingen steeds opnieuw gebruikt kunnen worden. We onderzoeken of dit nodig is of dat er al genoeg stimulerende mogelijkheden vanuit het Rijk de provincie en/of gemeenten zijn.”

 

Uitgangspunten

• Inwoners dienen door financiële participatie maximaal van de energieprojecten te kunnen profiteren. Door 1) compensatie van omwonenden, 2) afdracht voor gemeenschap en/of omgeving en 3) de mogelijkheid om financieel te investeren. We streven naar tenminste 50% lokaal eigendom van een energieproject. In de uitwerking van de RES 1.0 wordt dit verder uitgewerkt.

• Om vorm te geven aan het streven naar 50% lokaal eigendom onderzoeken we in de RES 1.0 de mogelijkheden van het oprichten van een energiebedrijf.”

 

“Lokaal eigendom in de regio Noord- en Midden Limburg

Voor de invulling van 50% lokaal eigendom hebben we de factsheet ‘50% eigendom van de lokale omgeving’ van de Participatiecoalitie (een samenwerking van vijf maatschappelijke organisaties voor en door inwoners) gebruikt. Zie hiervoor bijlage 7.

Samengevat bedoelen we met lokaal eigendom dat:

• De omgeving de mogelijkheid moet krijgen, bijvoorbeeld via een energiecoöperatie, om voor de helft eigenaar te worden van grootschalige zon- en windprojecten.

• Dit betekent ook zelf investeren en ondernemen. Daar hoort risico bij.

• Er is geen vaste definitie voor wie de omgeving is en wat dus lokaal is. Dit kan over gemeentegrenzen heen gaan. Dit moet per project worden bepaald.

• Het niet alleen om financieel eigendom gaat, maar ook (democratisch) zeggenschap over het project én over de besteding van de baten.

• Het altijd over collectief eigendom moet gaan.

Het streven naar 50% lokaal eigendom is een middel om het draagvlak voor de energietransitie te versterken. Doordat de omgeving zelf investeert in het project komen de baten ook weer bij de omgeving zelf terecht. Zij ervaren op deze manier zowel de lasten als de lusten van het project. Een groot voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld een buitenlandse ontwikkelaar waarbij de winst niet binnen de omgeving blijft.

Het streven naar 50% lokaal eigendom is één middel om het eigendom maar ook het eigenaarschap van de omgeving te vergroten. Daarnaast zijn ook andere zaken van belang:

• Betrek de omgeving vroegtijdig bij plan- en beleidsvorming voor een zorgvuldige ontwikkeling en inpassing;

• De omgeving kan in het participatieproces ook kiezen voor een andere vorm van meedoen. Denk aan het inzetten van opbrengsten via een omgevingsfonds of financiële participatie via obligaties. Een overzicht van de mogelijkheden staat in onderstaande participatiewaaier die onder andere door de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie tot stand is gekomen;

• Ook lagere inkomens moeten mee kunnen doen in de energietransitie en hiervan profiteren;

• Leg afspraken met de omgeving vast in een omgevingsovereenkomst.”

 

Rol energiecoöperaties bij lokaal eigendom

In de regio Noord- en Midden Limburg zijn in alle gemeenten lokale burgerinitiatieven actief. In twaalf van de vijftien gemeenten zijn energiecoöperaties actief, de meeste verenigd in REScoop Limburg. Er zijn meerdere manieren om lokaal eigenschap vorm te geven. In de Nederlandse wet is de coöperatie als juridische entiteit hiervoor een geschikt middel.

Coöperaties moeten voldoen aan de zeven principes van de coöperatieve beweging (zie bijlage 8).

Diverse gemeenten hebben in hun beleidskader voor grootschalige opwekking met zon en wind, beleid geformuleerd inzake participatie door eigendom. In de RES 1.0 zal dit verder worden uitgewerkt aan de hand van de hiervoor opgenomen kaders en het beleid van de gemeenten.”

 

"Energiebedrijf en revolverend fonds

In de uitgangspuntennotitie is opgenomen dat de mogelijkheden voor het oprichten van een energiebedrijf en revolverend duurzaamheidsfonds worden onderzocht. De behoefte om dit met meerdere overheden op te pakken en de mogelijkheden hiervoor worden in de RES 1.0 verder onderzocht. Het mogelijke energiebedrijf betekent geen verplichtingen, maar een mogelijkheid voor overheden die daar de meerwaarde van zien. Voor het duurzaamheidsfonds onderzoeken we of dit nodig is of dat er al genoeg stimulerende mogelijkheden vanuit het Rijk, de provincie en/of gemeenten zijn.

Definitie energiebedrijf en revolverend fonds

Met een energiebedrijf kunnen overheden (evt. samen met andere partijen) zelf investeren in energieprojecten. Hiermee is er enige regie in de energietransitie en zeggenschap over de inzet van de revenuen.

De revenuen kunnen deels ingezet worden als vergoeding (rente) aan de investerende partijen. De overige revenuen kunnen ingezet worden ter compensatie van de directe omgeving. Bijvoorbeeld om inwoners met lagere inkomens financieel te stimuleren om hun huis te verduurzamen.

Met het oprichten van een revolverend duurzaamheidsfonds kunnen we als overheid energieprojecten stimuleren die anders moeilijk van de grond komen. Met een revolverend fonds verstrekt een overheid leningen waarbij de aflossingen steeds opnieuw gebruikt kunnen worden.”

Onderzoek gemeentelijk energiebedrijf (GEB) en regionaal energiefonds (REF)

De gemeenten Horst aan de Maas, Venray en Beesel hebben eerder door adviesbureau REBEL al een onderzoek laten uitvoeren naar de rol van gemeenten in de energietransitie. De mogelijkheden van een GEB en REF zijn hier onder andere in meegenomen. Voor de RES gaan we een eigen onderzoek voeren naar de behoeftes en mogelijkheden.

Onderzoeksresultaten REBEL

Een GEB kan een werkbaar instrument zijn indien de overheid zelf vindt dat ze niet alleen een rol heeft in het financieren (fonds), maar ook initiatief en eigendom naar zich toe moet trekken om (onderdelen van) de energietransitie te realiseren.

Gemeentelijk energiebedrijf (GEB)

• Wat is het? Bij een gemeentelijk energiebedrijf kan de lokale overheid direct sturen op de activiteiten die worden ondernomen. Het gaat dus om zeggenschap en niet enkel om financiële participatie.

• Wanneer? Als er gebrek is aan initiatief van de markt, waarbij (voorzien wordt dat) andere stimuleringsmaatregelen niet werken, en als de gemeente zelf de investering en de risico’s kan dragen, waarbij er een duidelijke koppeling is met publiek belang.

Randvoorwaarden:

• Vaststelling van gebrek aan initiatief van de markt en expliciete benoeming van de markten waar het GEB in gaat stappen (zon, wind, warmte, geothermie, innovaties, besparing).

• Een startkapitaal in de ordegrootte van 5 miljoen euro investerend vermogen (anders wegen transactiekosten niet op tegen baten).

• Een team met kennis en ervaring van markten waarin geopereerd moet worden, en het vermogen om vastgesteld beleid ook te implementeren (andere rol dan alleen beleid maken).

• Een actief risicobeheer, in het bijzonder waar ingestapt wordt in infrastructurele projecten (warmte, groen gas), gegeven de grote financiële risico’s.

• Voldoende afstand tussen het bestuur en het GEB, om te vermijden dat politiek-bestuurlijke afwegingen leidend zijn voor de activiteiten.

• Afstemming met de markt en borging van ‘compliance’; specifiek de wet Markt en Overheid, aanbestedingsregels en staatssteun.”

Regionaal energiefonds (REF)

• Wat is het? Een Regionaal Energie Fonds (REF) is een revolverend fonds, opgezet en (mede) gefinancierd door een regionale overheid om regionale projecten en bedrijven die bijdragen aan de energietransitie te ondersteunen met kapitaal en kennis.

Randvoorwaarden:

• Een voldoende concreet beeld van de projecten die financiering behoeven en de aard en omvang van de benodigde middelen (‘Welk probleem willen we oplossen?’).

• Een startkapitaal van minimaal 5 miljoen euro investerend vermogen (anders wegen transactiekosten niet op tegen baten).

• Bereidheid om aanzienlijk risico te lopen met betrekking tot de verstrekking van kapitaal en reële verwachtingen omtrent het revolverende karakter van de inleg (de rationale van het fonds t.o.v.geld in de markt is gelegen in minder stringente voorwaarden en risicovollere projecten).

• Een handelingsperspectief van minimaal acht jaar met tussentijdse evaluatie.

• Voldoende afstand tussen het bestuur en de fondsbeheerder om onafhankelijk over toewijzing van middelen te kunnen beslissen.

• Een investeringsreglement waarmee toepassing van staatssteunregels wordt geborgd (middels toepassing van de vrijstellingsregels). Hierdoor kan het fonds geld uitlenen aan initiatieven tegen zachtere voorwaarden dan voor de markt gebruikelijk is, als met het project doelstellingen van de energietransitie worden behaald.”

Landelijk ontwikkelfonds coöperaties

De ontwikkelkosten voor een grootschalig energietraject zijn hoog. Zeker voor beginnende coöperaties is het moeilijk deze kosten te kunnen financieren. Er is daarom een landelijk ontwikkelfonds coöperaties opgericht. Het doel van het ontwikkelfonds is om de slagkracht van energiecoöperaties te vergroten zodat meer projecten worden gerealiseerd. Vanuit het fonds wordt het mogelijk gemaakt om de ontwikkelkosten van zon- en windprojecten te financieren.”

3. Algemeen

In deze RES wordt veel aandacht besteed aan het borgen van het streven door de energiecoöperaties de ruimte te geven om deze kansen te kunnen pakken, maar ook aan een (gemeentelijk) energiebedrijf en een revolverend fonds.

 


Over Energiewerkplaats Brabant

De Energiewerkplaats is een platform voor professionals betrokken bij de energietransitie in Noord-Brabant. Niet alleen op provinciaal niveau, maar ook op regionaal en lokaal niveau. Een platform om samen te werken, elkaar te vinden en van elkaar te leren.

 

 

 
Cookie-instellingen